Taalbeleid

Kinderen rond het Grote Boek van het Speelplein op speelplein Kastanjes (zomer 2013)

Iedere Brusselse organisatie wordt geconfronteerd met meertalige kinderen en animatoren. Veel niet-Nederlandstalige kinderen en jongeren komen naar een Nederlandstalige vrijetijdswerking: ze willen in hun vrije tijd een activiteit doen en tegelijk kennismaken met het Nederlands op een ludieke en speelse manier. Dat wordt ook vanuit diverse hoeken aangemoedigd.

Deze fiche wil je aanzetten om hierover na te denken:

  • Ben je je bewust van die meertaligheid?
  • Welke uitdagingen en beperkingen brengt dat met zich mee?
  • Hoe gaan jullie ermee om?

► Bekijk ook de andere fiches van de kwaliteitstool!

Vraag & antwoord

Visie en beleid (1): omgaan met meertaligheid
  • Welk talen hoor je op het speelinitiatief?
  • Zijn jullie bewust bezig met de verschillende talen die de kinderen spreken?
  • Wat is jullie visie op meertaligheid in de vrijetijdscontext?
  • Welke plaats heeft meertaligheid en taalstimulering binnen de doelstellingen van jullie organisatie?
    • Houden jullie er rekening mee?
    • Spelen jullie erop in?
  • Welke voordelen en uitdagingen levert meertaligheid op voor jullie werking?
  • Welke moeilijkheden of beperkingen brengt meertaligheid mee voor jullie werking?
Visie en beleid (2): vertaling binnen de werking?
  • Hoe werk je rond taal binnen jullie werking? Hoe ziet een taalproject eruit?
  • Zijn er afspraken over het gebruik van taal? Welke zijn die afspraken? Hoe zorg je ervoor dat het hele team die afspraken kent en er achter staat?
  • Welke plaats krijgt taal binnen jullie inschrijfsysteem?
    • bij inschrijving: hoe ga je na of de kinderen het Nederlands beheersen?
    • na de inschrijving: hoe ga je ermee om als blijkt dat een kind het Nederlands onvoldoende beheerst?
Visie en beleid (3): externe relaties
  • Hoe is de samenwerking met partners rond meertaligheid?
    • Kennen jullie de visie van andere lokale overheden en organisaties waarmee jullie samenwerken?
    • Communiceren jullie de organisatievisie naar andere lokale overheden en organisaties waarmee jullie samenwerken?
  • Hoe communiceren jullie met meertalige ouders?
Taalondersteuning en taalstimulering (1): Taalstimulering binnen het spelaanbod

Een taalstimulerend en interactief speelklimaat werkt aan een vooruitgang op gevoelsniveau: kinderen krijgen meer zelfvertrouwen als ze Nederlands praten en taal krijgt een positieve waardering binnen de hele werking.

  • Sluit de activiteit aan bij de belevingswereld van de kinderen?
  • Is taal op een natuurlijke wijze gekoppeld aan de activiteiten?
  • Geven de activiteiten een rijk en gevarieerd taalaanbod?
  • Gebruik je taal als een middel om kinderen een plezante tijd te bezorgen?
  • Creëer je voldoende kansen tot interactie tussen de begeleider en kinderen en tussen kinderen onderling?
  • Is er een belangrijke rol weggelegd voor de inleiding binnen het activiteitengeheel?
Taalondersteuning en taalstimulering (2): Toegankelijkheid van het spelaanbod
  • Kunnen alle kinderen volop meespelen?
  • Is het activiteitenaanbod duidelijk voor meertaligen?
  • Is het huishoudelijk reglement (en dus alle afspraken) duidelijk voor meertaligen?
Taalondersteuning en taalstimulering (3): Ondersteuning van de animatorenploeg
  • Welke ‘taalacties’ ondernemen jullie?
  • Is er een aanspreekpunt voor vragen rond taal?
  • Hebben jullie al dingen uitgewerkt (specifiek materiaal, brochure, ...) die gericht zijn op taal, bijvoorbeeld een taalkoffer? Hoe pakken jullie dit aan?
  • Hoe gaan animatoren om met meertaligheid?
  • Hoe maak je aan de animatoren  de visie van de organisatie op meertaligheid bekend?
  • Hoe worden  de animatoren begeleid en ondersteund om met meertalige groepen kinderen om te gaan? Organiseer je zelf of stimuleer je de animatoren om deel te nemen aan vorming over meertaligheid?
Taalondersteuning en taalstimulering (4): Meertalige animatoren?
  • Wat als animatoren zelf meertalig zijn?
  • Is er een visie op meertalige animatoren binnen de werking?
  • Wat verwachten jullie van een animator qua taal en andere competenties?
  • Worden meertalige animatoren begeleid en ondersteund?
  • Krijgen meertalige animatoren genoeg groeikansen?
Wat is de plaats van taal in een vrijtetijdsinitiatief?

Kinderen leren taal door in interactie te treden met de wereld, door dingen te doen die aansluiten bij hun interesses. De belangrijkste talige taak van een vrijetijdsinitiatief is daarom: via leuke Nederlandstalige activiteiten het Nederlands losweken van het ‘moeten’ en de taal voor de kinderen een positievere waarde geven.

Het is niet jullie taak om taalles te geven en ervoor te zorgen dat de kinderen op school meekunnen, maar jullie kunnen hen wel een duwtje in de rug geven door interesse op te wekken en door hen via interactie extra (motiverende) taal aan te bieden.

Het doel is dus niet dat elk kind vlotjes Nederlands praat maar je bent wel goed bezig als

  • de animatoren meespelen met kinderen en speelimpulsen geven
  • de animatoren inspelen op situaties waarin andere talen worden gebruikt en zelf het Nederlands stimuleren op een speelse, niet-verbiedende manier
  • er meer en kwaliteitsvollere interactie is tussen begeleiders en kinderen en kinderen onderling
  • de kinderen het Nederlands gebruiken als speeltaal en fouten durven maken

Waarom is het belangrijk om hieraan te werken? Lees meer in de visieteksten (zie ‘Meer info’)
Hoe werk je hieraan? Lees meer in de praktische bundel ‘Taalspeler’ (zie ‘Meer info’)

Tips & tricks over taal
  • Speelplezier staat altijd centraal!
  • Denk bij interactiekansen aan zowel taalgebonden als niet-taalgebonden interactie. Beide zijn waardevol en kunnen taalstimulerend zijn. Een combinatie is ideaal.
  • Creëer een talige context
    • Ga in gesprek met de kinderen. En stel open vragen.
    • Laat de kinderen in interactie gaan met elkaar
    • Speel in op de leefwereld van kinderen: bied spelimpulsen aan, maar dring niets op
  • Zorg dat de kinderen je begrijpen
    • Visualiseer
    • Bereid je activiteit goed voor
  • Leg de kinderen geen taal op:

De kinderen krijgen voldoende Nederlands taalaanbod bij speluitleg, instructies, gesprekjes die je met hen voert… Wanneer ze onder elkaar al eens Frans spreken, geef hen dan die taalvrijheid. Voor hen is het onnatuurlijk om met vriendjes van op school of in de buurt Nederlands te spreken als ze er op andere momenten Frans of een andere taal mee praten.

Als animator probeer je wel consequent Nederlands te praten. Je kan beslissen om over te schakelen op het Frans als het welbevinden van het kind of jouw relatie tot het kind in het gedrang zou komen, of als dat de toegankelijkheid van de interactie te goede komt.

Let er wel op dat je het Frans (of een andere taal) niet te gemakkelijk of systematisch als hulpmiddel gebruikt, kinderen kunnen dan ‘lui’ worden in het begrijpen van het Nederlands.

  • Wat doe je in een tweetalige werking?
    • Geef eerst de uitleg in het Nederlands, daarna pas in het Frans (anders luisteren de kinderen niet meer naar de Nederlandse uitleg)
    • Laat de Nederlandstalige animatoren de uitleg in het Nederlands geven en de Franstalige de uitleg in het Frans
    • Spreek tijdens de activiteiten Nederlands tegen de kinderen waarvan je weet dat ze je begrijpen, maar laat hen wel beslissen of ze in het Nederlands of Frans antwoorden
Meer info over taalbeleid?

Alaboemsasa

Fotogalerij: 
Taalbeleid: wat?
Taalbeleid: in de praktijk